Gemeentewet artikel 172

Wanneer zich een dreiging vormt voor de veiligheid van inwoners, treden bijzondere bevoegdheden van de burgemeester in werking zoals dat is geregeld in de Gemeentewet  Artikel 172 (openbare veiligheid en lichte bevelsbevoegdheid) en in nood kan ook artikel 175  (noodbevel) en/of artikel 176 (Noodverordening) worden gebruikt. Dit kan het geval zijn bijvoorbeeld bij spontane vondsten van conventionele explosieven en bij het onschadelijk maken en of vernietigen van vliegtuigbommen met bepaalde typen ontstekers.

Lid 1 van Artikel 172 belast de burgemeester met de handhaving van de openbare orde onder gewone omstandigheden. In alle gevallen geldt dat de burgemeester als eenhoofdig bestuursorgaan zelf moet kunnen beslissen, als de situatie om snel handelen vraagt. En vervolgens is de burgemeester verantwoording verschuldigd aan de raad over het door hem gevoerde (openbare orde en veiligheids-)beleid.

Lid 2 van artikel 172 bepaalt dat de burgemeester overtredingen van wettelijke voorschriften die gaan over de openbare orde, kan beletten en beëindigen. Dit is feitelijk een vorm van bestuursdwang, maar dan zonder de voorwaarden uit de Algemene wet bestuursrecht. Lid 2 kan ook worden toegepast als op een andere wijze de openbare orde kan worden gehandhaafd, bijvoorbeeld door bestuursrechtelijk of strafrechtelijk optreden.

Lid 3 van artikel 172 verschaft de burgemeester de zogenaamde ‘lichte bevelsbevoegdheid’. De burgemeester is bevoegd bij (dreigende) verstoring van de openbare orde alle bevelen te geven die hij noodzakelijk acht voor de handhaving van de openbare orde. Deze bepaling is er gekomen voor situaties - waarbij er geen sprake is van overtredingen, omdat wettelijke voorschriften ontbreken - maar de burgemeester het nodig acht om in te grijpen. In deze situaties moet er acuut gevaar zijn voor de openbare orde.

Als er wel wettelijke voorschriften (wetgeving, APV) zijn, dan gaan die boven de toepassing van het derde lid. De lichte bevelsbevoegdheid wordt dus gebruikt wanneer geschreven normen (zie lid 2) ontbreken. Het gaat met andere woorden om een onmiddellijkheidsinstrument dat toegepast kan worden in een situatie waarin direct ingrijpen zozeer noodzakelijk is dat ook de waarborgen van afdeling 5.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet in acht genomen kunnen worden. In tegenstelling tot het noodbevel of de noodverordening (artikel 175 en 176 Gemeentewet) mag de burgemeester bij de toepassing van artikel 172 lid 3 geen inbreuk maken op overige wetgeving.


Ter illustratie

Casus Bomruiming Camping Breskens (gemeente Sluis)

Tijdens het explosievenonderzoek is in het gebied van Camping Zeebad in Breskens een Amerikaanse 1000 pond brisant vliegtuigbom aangetroffen. De Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EOD) maakt de bom enkele weken later onschadelijk. Vanwege ontploffingsgevaar stelt de burgemeester een noodverordening in op de dag van de werkzaamheden. Het is voor een ieder verboden om zich binnen een bepaald gebied op te houden of dit gebied te betreden. Daarnaast is het verboden om binnen genoemd gebied in dit tijdvak vee of huisdieren buitenshuis te laten verblijven. Onderdeel van deze verbodsbepaling, genoemd in artikel 2, leden 1 en 2, is ook de verplichting om in dit tijdvak de woning te verlaten. De verordening creëert op die manier een veiligheidsgebied bij de ontmanteling van de bom.

(bron: Zakboek Openbare orde en veiligheid)