Over het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten

Het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten (Kenniscentrum OO) helpt gemeenten hun taken en rol op het vlak van ontplofbare oorlogsresten te vervullen. Het Kenniscentrum OO heeft drie kerntaken: het is ten eerste een vraagbaak en biedt antwoord op vragen over onder andere het proces van opsporing, stelt een afwegingskader op voor gemeenten én is verantwoordelijk voor de oprichting en uitvoering van een onderzoeksprogramma.

Met het Kenniscentrum OO ondersteunt Rijkswaterstaat, in opdracht van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) de gemeenten met kennis, opdat werkzaamheden in de bodem veilig kunnen worden uitgevoerd.

De oprichting van het Kenniscentrum OO is een gezamenlijk besluit geweest van partijen die een verantwoordelijkheid hebben op het gebied van ontplofbare oorlogsresten of die op een andere manier betrokken zijn bij het onderwerp.

Er is een programmaraad onder leiding van het ministerie van BZK die tot doel heeft ervoor te zorgen dat de gezamenlijke verantwoordelijkheid van diverse betrokkenen voor het beleidsveld zo optimaal mogelijk vorm krijgt. In de programmaraad hebben naast het ministerie van BZK en Rijkswaterstaat zitting de ministeries van Infrastructuur & Waterstaat (I&W), Defensie, Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG), de politie en het Instituut Fysieke Veiligheid.