Processtap 1: gemeente als werkgever

De gemeente kan zelf ook werkgever zijn bij (herhaaldelijke) grondroerende werkzaamheden. Hierbij denken wij aan bijvoorbeeld groenonderhoud.

Arbeidsomstandighedenwet

Volgens de Arbeidsomstandighedenwet is een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) verplicht (artikel 5). Dit betekent dat werkgevers in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk vastleggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich meebrengt. Een van de risico’s die in een RI&E voor bijvoorbeeld groenonderhoudswerkzaamheden naar voren zouden kunnen komen, zou het OO-risico kunnen zijn.

Arbeidsomstandighedenbesluit

Dit is in lijn met artikel 4.1b van het Arbeidsomstandighedenbesluit waarin staat dat er door werkgevers is voldaan aan hun zorgplicht rond werkzaamheden met gevaarlijke stoffen als: in het kader van de risico-inventarisatie en -evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, de aard, mate en duur van de blootstelling is beoordeeld in overeenstemming met artikel 4.2.

Artikel 4.2 geeft nadere voorschriften voor de RI&E en de beoordeling hiervan.

Kwantificeren van risico’s in de RI&E
In artikel 2.5a en 2.5b van de Arbeidsomstandighedenbesluit staat dat bepaalde bedrijven en inrichtingen (waarbij er een risico is door de (grote) aanwezigheid van gevaarlijke stoffen), een veiligheidsbeheerssysteem moeten invoeren. Het veiligheidsbeheerssysteem zal mede gebaseerd moeten zijn op de RI&E. Bovendien moeten de risico’s met gevaarlijke stoffen systematisch worden geïdentificeerd en geëvalueerd en zullen scenario’s voor mogelijke zware ongevallen worden beschreven.
De RI&E die bedrijven en inrichtingen met gevaarlijke stoffen moeten opstellen, houdt rekening met zowel de kans als effect. Volgens artikel 2.5b, lid 1, b:
de scenario’s voor mogelijke zware ongevallen beschreven. Bij de keuze van de scenario’s wordt rekening gehouden met externe gevaren voor de installatie. De kans op het ontstaan van een zwaar ongeval en het effect van een plaatsgevonden zwaar ongeval worden in de scenario’s zoveel mogelijk gekwantificeerd.
Het risico met gevaarlijke stoffen kan dus door werkgevers worden gekwantificeerd waardoor inzichtelijk wordt gemaakt hoe groot het risico is. Idealiter worden natuurlijk eerst de grootste risico’s aangepakt.

Het biedt de gemeente als werkgever dus de mogelijkheid om het acceptabel zijn van risico’s op een kwantitatieve wijze te bepalen. In dat geval zou er aangesloten kunnen worden met de norm voor (on)acceptabele risico’s zoals in hoofdstuk 2 is gepresenteerd.

Artikel 4.10 van het Arbeidsomstandighedenbesluit stelt dat: In alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, wordt, alvorens werkzaamheden worden aangevangen, hiernaar een oriënterend onderzoek ingesteld.

Op basis van het Arbeidsomstandighedenwet en -besluit kan er dus gesteld worden dat de werkgevers de wettelijke taak hebben om bij grondroerende werkzaamheden ‘na te denken’ over het risico dat medewerkers kunnen lopen door de mogelijke aanwezigheid van OO. Een conclusie kan natuurlijk zijn dat er geen aanleiding is om te veronderstellen dat er OO aanwezig is en/of de werkzaamheden niet zullen leiden tot het aantreffen van of een onacceptabel risico voor werknemers door OO (zie het intermezzo Beleidsnota gemeenten acceptabel risico grondroerende werkzaamheden hieronder).

Mocht de conclusie zijn dat werknemers wel een risico lopen door de aanwezigheid van OO, dan zal er een oriënterend onderzoek (naar de aanwezigheid van) OO moeten worden ingesteld.

Beleidsnota gemeenten acceptabel risico grondroerende werkzaamheden
Verschillende gemeenten hebben een beleidsnota opgesteld waarin de omgang met OO wordt beschreven. Voorbeelden zijn de gemeente Goirle en de gemeente Breda. Onderdeel van de nota kan regulier grondgebruik zijn zoals groenonderhoud:
De gegevens over de spontaan aangetroffen niet gesprongen explosieven (NGE) en de ervaring van de medewerkers van de gemeente met betrekking tot het spontaan aantreffen van NGE in de afgelopen decennia wijzen uit dat bij het reguliere grondgebruik nagenoeg nooit NGE worden aangetroffen. Het is praktisch gezien vrijwel onmogelijk om aan regulier grondgebruik aanvullende eisen te stellen met betrekking tot de opsporing van NGE. De kosten hiervan wegen niet op tegen de veiligheidswinst.
Regulier grondgebruik kan daarom zonder NGE-onderzoek worden uitgevoerd. Feitelijk wordt hiermee de situatie zoals die de afgelopen decennia aanwezig was gecontinueerd. In voorkomende gevallen volstaat het protocol “Spontaan aantreffen van NGE”.
Voorbeeld: Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Breda houdende regels omtrent de omgang met niet gesprongen explosieven uit de Tweede Wereldoorlog. Geldend vanaf 22-04-2021.
Het laat zien dat de gemeente Breda het risico van OO heeft geïnventariseerd en geëvalueerd.

Spontane vondst

Werknemers kunnen natuurlijk, nadat is beoordeeld dat zij in ‘onverdacht gebied’ werken of geen reëel risico lopen (zie het intermezzo Beleidsnota gemeenten acceptabel risico grondroerende werkzaamheden hierboven), spontaan OO aantreffen. Daarnaast kan onverwacht OO aantreffen ook in verdacht gebied als het verdacht is op een ander soort OO en waardoor er niet naar andere OO gezocht werd.

Volgens de Wet wapens en munitie is het voor burgers zonder ontheffing niet toegestaan om wapens en munitie in bezit te hebben (artikel 26). Gevonden wapens en munitie moeten ‘terstond’ bij de korpschef in bewaring worden geven (artikel 8). Dit geldt dus ook voor medewerkers van de gemeente.

Bovendien mag er alleen gewerkt worden met explosieven als bedrijf en werknemer hiervoor gecertificeerd zijn (zie het Arbeidsomstandighedenbesluit, artikel 4.10).

Duidelijk is daarmee dat werknemers van de gemeente (en burgers) zelf geen munitie in bezit mogen hebben en/of hiermee mogen werken. De vraag is dan alleen hoe ‘terstond in bewaring geven bij de korpschef’ geïnterpreteerd moet worden. Veel gemeenten maken gebruik van een protocol voor het spontaan aantreffen van explosieven. Het protocol komt er vaak op neer dat men de explosieven moet laten liggen, de politie moet waarschuwen en dat het object op veilige afstand in de gaten moet houden totdat de politie is gearriveerd.

Onderdeel van de RI&E kan dus ook zijn ‘het ontwikkelen van een protocol voor spontaan aantreffen van explosieven’ zoals diverse gemeenten hebben gedaan.

Het Kenniscentrum OO heeft hiervoor een voorbeeldtekst opgesteld, zie hiervoor https://kenniscentrum-oo.nl/.

Conclusie

De gemeente als werkgever is verplicht om een RI&E uit te voeren. Bij grondroerende werkzaamheden is aandacht voor gevaarlijke stoffen en OO vereist en is de werkgever verplicht om na te denken over (de aanwezigheid van) OO.

Hiermee zal de gemeente bij werkzaamheden aan/op gemeentegrond in ieder geval rekening moeten houden met de aan- of afwezigheid van explosieven.

De taken en bevoegdheden tijdens het ruimen van explosieven bespreken we in processtap 4.