Onderzoeksprogramma

Onderzoek

Eén van de kerntaken van het Kenniscentrum OO is het opzetten en uitwerken van een onderzoeksprogramma. Dit onderzoeksprogramma ondersteunt de ontwikkeling van de wegwijzer (voorheen afwegingskader) voor gemeenten over het omgaan met ontplofbare oorlogsresten. Naast het onderzoeksprogramma, in opdracht van de Programmaraad,  zijn door het kenniscentrum OO nog een aantal kleinere onderzoeken geïnitieerd en uitgevoerd. Deze onderzoeken zijn geïmplementeerd in de wegwijzer. Deze zijn te vinden in de bibliotheek, zoals alle uitgevoerde onderzoeken. De wegwijzer is begin 2025 voltooid. Enkele onderzoeksprojecten liepen dat jaar nog door. Eind 2025 zijn deze afgerond. Het onderzoek Triltesten WWII ontstekers in samenwerking met de EODD is nog niet voltooid. Dit door mankementen aan de triltafel. Hierom is het nog niet gelukt om voldoende data te verzamelen. Deze zijn nodig voor TNO om op wetenschappelijke wijze veiligheidsafstanden af te leiden. Deze veiligheidsafstanden hebben betrekking op civieltechnische werkzaamheden, zoals heien en intrillen van damwandprofielen in de nabijheid van afwerpmunitie zie voor verdere informatie; fase 2 onderzoeksprogramma.

Gezamenlijke opgave

Het Kenniscentrum OO stelde een werkgroep samen om een goed onderzoeksprogramma te ontwikkelen. De deelnemers van deze Werkgroep Onderzoeksprogramma zijn naast een aantal vertegenwoordigers van gemeenten, de Explosieven Opruimingsdienst Defensie (EODD), het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), het Samenwerkingsverband Infrabeheerders voor het Veilig Omgaan met de Ondergrond in Nederland (SIVOON) en de OO-adviesbranche. Dit om een breed gedragen onderzoek agenda op te stellen die een bijdrage levert aan de wegwijzer en daarmee gemeenten ondersteunt.

Met behulp van de werkgroep zijn tijdens werksessies kennisleemtes benoemd. We constateerden onder andere dat OO een in verhouding, klein en specialistisch onderwerp betreft. Gemeenten beschikken niet altijd over de benodigde kennis en informatie. Er is ook geen centrale plaats waar deze informatie is te vinden. Ook is de regelgeving diffuus en het is onduidelijk wie nou waar precies over gaat. Hierdoor is het maken van goede keuzes lastig. Het kenniscentrum organiseerde en begeleide de werksessies en heeft de werkgroep gefaciliteerd om haar adviesrol in te kunnen vullen. Het kenniscentrum heeft de uitvoering van de onderzoeken georganiseerd en brengt de nodige informatie bij elkaar op deze website.

Fasering onderzoeksprogramma

Het onderzoeksprogramma bestond uit meerdere fasen. De onderzoeksprojecten uit fase 1 gaven met name antwoorden op organisatorische, procedurele en/of bestuurlijke vraagstukken. In fase 2 kwamen ook meer technische vragen aan bod.

Fase 1 onderzoeksprogramma

Nadat de programmaraad halverwege 2022 de eerste fase vaststelde, is het aanbesteden en uitvoeren gestart. De onderzoeksprojecten uit de eerste fase van het onderzoeksprogramma zijn inmiddels uitgevoerd.

Kunnen modellen ontwikkeld worden bij specifieke risico’s en kan op basis daarvan een generieke aanpak vastgesteld worden?
Dit vraagstuk beoogd handvatten te ontwikkelen voor gemeentelijk beleid. Het onderzoek gaat over of het mogelijk is verder onderscheid te maken in het risico van ontplofbare oorlogsresten met de kennis die er is over het effect, het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten en gebied specifieke eigenschappen. In het verlengde daarvan ligt de vraag of je handvatten kan bieden aan gemeenten bij het opstellen van beleid over ontplofbare oorlogsresten. Dit onderzoek is niet in uitvoering genomen, omdat het tot nu toe niet goed realiseerbaar is.

Fase 2 onderzoeksprogramma

Naast de Werkgroep Onderzoekprogramma is aan een tiental deskundigen gevraagd welke kennis over OO op dit moment volgens hen ontbreekt. Het kenniscentrum zocht deze personen uit vanwege hun expertise over ontplofbare oorlogsresten. Ze komen van gemeenten, Infrabeheerders (SIVOON), ingenieursbureaus, EODD, OO-adviesbranche en uit de OO-opsporingsbranche.
Met de leden van de Werkgroep Onderzoeksprogramma is vervolgens gekeken naar welke vraagstukken passen binnen de opdracht van het kenniscentrum en welke aansluiten bij de behoefte van de doelgroep. In mei 2023 werd de onderzoek agenda voor de tweede fase van het onderzoeksprogramma door de programmaraad vastgesteld.
De onderzoeken van Fase 2 van het onderzoeksprogramma zijn eind 2025 afgerond, behalve ‘Triltesten WWII ontstekers’.

Het effect van trillingen op diverse ontstekerstypen

Er is weinig bekend over de gevoeligheid van ontstekingsmechanismes in WOII vliegtuigbom-blindgangers voor trillingen door constructie-werkzaamheden zoals bijvoorbeeld heien of het intrillen van damwandprofielen. In 2016 is hier onderzoek naar gedaan door TNO (zie ook: Afwegingskader trillingen in CE verdacht gebied). Het onderzoek betreft trillingen in de bodem die worden overgedragen op het vliegtuigbomlichaam en uiteindelijk inwerken op de ontsteker. Het onderzoek bestond uit twee fases.
Fase I heeft opgeleverd [1, 2, 3]:
1 een inventarisatie van alle ontstekertypen en een inschatting van hun trilling gevoeligheid;
2 resultaten van veldmetingen hoe trillingen in de bodem zich voortplanten in/door een bomlichaam;
3 de vaststelling hoe trillingen op een ontsteker gesimuleerd kunnen worden met behulp van een triltafel.
Fase II beoogt de trilling criteria per ontstekertype op basis van trilling experimenten op een triltafel op te leveren. Maar Fase II is niet uitgevoerd. Hierdoor is er nog steeds onduidelijkheid over de te hanteren veiligheidsafstand tussen de constructiewerkzaamheden en de blindganger.
Voor het borgen van een veilige werk- en gebruiksomgeving in en nabij Ontplofbare Oorlogsresten (OO)-verdacht gebied en om een bijdrage te leveren aan de doelmatigheid van opsporing en ruiming heeft de EODD heeft aangeboden om de trilling experimenten uit te voeren bij Kenniscentrum Wapensystemen en Munitie (KCWM) van Defensie. Het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten (KC OO) is op dit aanbod ingegaan en heeft TNO gevraagd om input te leveren aan het testplan, de meetresultaten te analysen en het afleiden van veiligheidsafstanden [4, 6]. Het Kenniscentrum OO heeft ook aan SIVOON gevraagd om expertise in te brengen.
Het resultaat van het onderzoek biedt gemeenten inzicht in het effect van trillingen, veroorzaakt door constructiewerkzaamheden, nabij in de bodem achtergebleven explosieven. Het biedt gemeenten handvatten om afwegingen te maken of werkzaamheden in verdacht gebied een extra risico kunnen opleveren in het kader van openbare orde en veiligheid.


Triltesten WWII-ontstekers

Van dit onderzoek ontbreekt helaas nog de eindrapportage. Het is veroorzaakt door mechanische defecten aan de triltafel. Het laatste deel van dit onderzoek ligt daarom bij min. BZK en wordt tot nu toe in 2026 opgepakt in samenwerking met de EODD. De door TNO opgeleverde tussenrapportage heeft tot nu toe bemoedigende resultaten opgeleverd. Deze interne tussenrapportage was voor een ingebouwd Go-No Go moment. Het advies van TNO om een tweede set tests uit te voeren werd door het kenniscentrum OO en de EODD opgepakt.
Bij de 2e set tests wordt ook de door TNO kritisch geachte eigen frequentie van de verschillende ontstekers getest en een grotere range. Dit om de gevraagde veiligheidsafstanden uiteindelijk wetenschappelijk af te leiden door TNO. Helaas heeft de techniek ons in de steek gelaten waardoor dit onderzoek niet in 2025 is afgerond.

1e serie testen pragmatisch

Géén inslag bij 1e testen uitgevoerd bij het Kenniscentrum Wapensystemen en Munitie (KCWM) van defensie.
De eerste testen hebben géén inslag laten zien bij simulatie van het heien met het zwaarste heiblok en intrillen van de dikste damwandplanken op zeer korte afstand van afwerpmunitie (vliegtuigbom). Dit was de pragmatische insteek.
Deze resultaten -van de eerste set uitgevoerde tests- zijn op 1 oktober j.l. mondeling gedeeld met gemeenten en met de branche. Dit tijdens de kennisuitwisseling dag voor het 25-jarig bestaan van de VEO te Zaltbommel door een vertegenwoordiger van het KCWM samen met een vertegenwoordiger van het kenniscentrum OO.

Onderzoeksprogramma

Naast deze pagina vindt u een overzicht van de uitgevoerde onderzoeken van het onderzoeksprogramma met een doorklikmogelijkheid naar de rapporten. Deze zijn ook in de bibliotheek van de website te vinden.

Fase 1

1. Een verkenning van de gemeentelijke taken en bevoegdheden rond de omgang met Ontplofbare Oorlogsresten.

2. Lessons learned uitgevoerde projecten CoP

3. Ketenverantwoordelijkheid OO

4. Verkenning gegevensbronnen OO

Fase 2

5. Omgang met spontane vondsten ontplofbare oorlogsresten

6. Opstellen goede uitvraag bij (voor-) onderzoek gerelateerd aan Handvat opsporen en onderzoek gemeenten

7. Kosten/baten analyse/ handvat risicomanagement

8. Risico’s van explosieven die in bodem achterblijven

9. Trillingen vervolg (overleg met Sivoon/EOD); in uitvoering

Niet uitgevoerd

10. Modellen risico's OO in relatie tot landschaps- bodemtypen; verkend, maar niet uitvoerbaar

  1. Onderscheid in OO risico’s; Wat kan een gemeente bepalen; verkend niet haalbaar

Monitoringsonderzoek

12. Effectmeting OO