Actueel
Resultaten
De helpdesk van het Kenniscentrum OO ontvangt regelmatig vragen over vernietigingslocaties, ook wel plofplekken of springplekken genoemd.
Hoe kan een afwegingskader gemeenten helpen bij de besluitvorming over ontplofbare oorlogsresten? Hoe kunnen gemeenten invulling geven aan hun taken en verantwoordelijkheden op dit gebied? En wie moet wat doen als er een vondst gedaan wordt?
Deze verkenning richt zich op de rollen, taken en verantwoordelijkheden van gemeenten voor de openbare orde en veiligheid over ontplofbare oorlogsresten.
De gemeente Rheden beschikt over een explosievenkaart. Saskia Theuns, bodemadviseur bij de gemeente, was betrokken bij de totstandkoming ervan. In dit praktijkverhaal licht zij toe hoe Rheden deze kaart gebruikt.
De meeste ontplofbare oorlogsresten die gevonden worden zijn relatief klein. Regelmatig gaat het ook om zwaarder materiaal. Zo ook in Reimerswaal waar twee 500-ponders zijn gevonden.
Zoals bericht in maart dit jaar is door het CCvD-OO een ad hoc werkgroep ingesteld om de ruim 400 reactiepunten die zijn ingebracht in de consultatieronde te behandelen.
De inkt is nog niet droog of er is al een initiatief gestart om het wettelijke Certificatieschema voor het opsporen van ontplofbare oorlogsresten (CS-OOO) te evalueren.
Uit het werkveld ontvangen we signalen dat er vragen zijn over eisen in het certificatieschema die niet eenduidig zijn uit te leggen. Daarvoor zijn zogenoemde interpretaties opgesteld.
Het Team Explosieven Veiligheid komt in actie bij de vondst van een explosief of verdacht pakketje. Maar ook als het gaat om ontplofbare oorlogsresten.
Sommige gemeenten beschikken over een vaste vernietigingslocatie. De gemeenten Berg en Dal en Nijmegen gebruiken gezamenlijk een dergelijke locatie.