Samen meer zicht op de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten
Vanwege de energietransitie moeten er veel nieuwe kabels en leidingen onder de grond gelegd worden. Dat is nodig om elektriciteitsnetten uit te breiden of te verzwaren, of voor de aanleg van warmte- of waterstofnetten. Voor het veilig uitvoeren van die werkzaamheden is informatie over de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten essentieel.
Tot 2050 wordt er 100.000 kilometer sleuf gegraven om de netten weer op orde te brengen voor de toekomst. “Dat is 2,5 keer de aarde rond”, vertelt Hans Janssen, commercieel manager bij Qterra, een onderdeel van netwerkbedrijf Alliander. Veiligheid bij deze werkzaamheden in de bodem is belangrijk. “Sterker, het is een verplichting die voor alle opdrachtgevers en opdrachtnemers is vastgelegd in het Arbeidsomstandighedenbesluit artikel 4.10. En ontplofbare oorlogsresten vormen een risico voor die veiligheid”, vult Jeroen de Rond aan. Jeroen is omgevingsmanager en specialist Ontplofbare Oorlogsresten bij Qterra. In de voorbereiding van projecten moet daarom worden vastgesteld of er oorlogshandelingen binnen het projectgebied hebben plaatsgevonden waarbij mogelijke explosieven in de grond zijn achtergebleven Hans: “De BV Nederland verwacht dat je er alles aan doet om het werk veilig en risicoloos uit te voeren. Het is onze wettelijke en maatschappelijke plicht om onze medewerkers veilig thuis te laten komen.”
Informatie versnipperd en incompleet
Qterra helpt Alliander om deze graafwerkzaamheden veilig uit te kunnen voeren, want graven is niet zonder risico. Als het onzorgvuldig gebeurt, kan het leiden tot schade aan kabels en leidingen die al in de grond liggen. Ook kan er sprake zijn van bodemverontreiniging of kunnen er ontplofbare oorlogsresten in de bodem liggen. Veel van die bodemrisico’s zijn volgens Janssen al goed in kaart gebracht. Maar dit geldt niet altijd voor de aanwezigheid van explosieven en munitie uit de Tweede Wereldoorlog.
Hans: “De gegevens hierover zijn heel versnipperd, incompleet en niet centraal belegd. Dat maakt het voor netbeheerder en andere grondroerders lastig om de risico’s bij een project snel in beeld te krijgen. De informatie ligt bij gemeenten, waterschappen, provincies, Rijkswaterstaat, semioverheden en adviesbureaus. Gemeenten hebben een belangrijke rol, maar pakken die niet allemaal op dezelfde manier op. De bestaande informatie sluit niet altijd op elkaar aan omdat de vorm waarin kaarten worden gemaakt verschilt, maar ook omdat kaarten van verschillende gebieden soms niet goed op elkaar aansluiten. Ook zijn gemeenten niet altijd bereid om hun data te delen.” Jeroen vult aan: “Gemeenten vinden het vaak spannend om die data openbaar te maken omdat particulieren met een metaaldetector mogelijk graag op zoek gaan naar de loopgravenbunkers of stellingen. Dat willen ze voorkomen door die data niet met iedereen te delen.”
Inzichtelijk maken
Nu overal de schop de grond in gaat om de elektriciteitsnetten uit te breiden en te verzwaren, groeit de noodzaak om alle informatie over ontplofbare oorlogsresten te verzamelen en beschikbaar te stellen. Hans: “Als de energietransitie gaat lopen, dan zijn duizenden mensen dag in dag uit aan het graven in Nederland om een vernieuwd elektriciteitsnet aan te leggen. We zien graag dat die mensen gewoon door kunnen gaan met hun werk en geen vertraging oplopen. Dat begint bij de gemeenten, met het inzichtelijk maken van aanwezige informatie over ontplofbare oorlogsresten. Welke gegevens zijn er? Welke data kunnen en willen gemeenten delen? Wij zullen die bestaande informatie vervolgens beoordelen en bepalen welke gegevens we nog nodig hebben om de informatie compleet te krijgen.”
Steeds meer gemeenten hebben al een gemeentebreed vooronderzoek verricht. Bijvoorbeeld de gemeente Arnhem, Utrecht, Alkmaar, Edam-Volendam, Doetinchem en Oost Gelre zijn in het bezit van een gemeentebreed vooronderzoek Ontplofbare Oorlogsresten. Qterra is medio 2023 begonnen met het benaderen van alle Nederlandse gemeenten met de vraag of zij in het bezit zijn van een gemeentebreed vooronderzoek OO. “Hierbij hebben we veel data vergaard, waardoor we gebruik kunnen maken van bekende informatie die gemeenten met ons hebben gedeeld”, vertelt Jeroen. Dit scheel enorm in de kosten en de doorlooptijd van een project.
Data delen voor uitgebreide bodemdatabank
De gedeelde data over ontplofbare oorlogsresten zitten inmiddels in de Qterra app die al voor veel locaties over betrouwbare bodeminformatie beschikt. Gebruikers van de app kunnen hiermee met één muisklik een advies krijgen om veilig te graven. Dankzij onze uitgebreide bodemdatabank is een fysiek bodemonderzoek niet altijd meer noodzakelijk, tenzij het om een complexe situatie gaat. Jeroen: “We kunnen nu snel zien welke locaties verdacht en onverdacht zijn op ontplofbare oorlogsresten. Maar nog niet alle gemeenten hebben onderzoek laten doen. Anderen hebben een simpel pdf’je of een fysiek rapport. Niet iedereen heeft die informatie digitaal beschikbaar.
We zien vaak dat diverse puzzelstukjes binnen een gemeente middels een vooronderzoek OO in kaart worden gebracht. Soms kan het lonend zijn om samen met de gemeente op te trekken in het laten onderzoeken van de gehele gemeente. De kosten van een onderzoek voor een aantal puzzelstukjes dekken in sommige gevallen de kosten van de puzzel voor de gehele gemeente. Wanneer de gemeente gebruik maakt van de suppletievergoeding vallen de kosten nog lager uit. Hier heeft niet alleen Alliander een voordeel in, maar ook zeker de gemeente die dan in de voorbereiding, voor een project in de openbare ruimte, al snel inzichtelijk heeft of er rekening moet worden gehouden met ontplofbare oorlogsresten. Ook andere grondroerders halen hier hun voordeel uit. Versnipperd onderzoek doen brengt hoge kosten met zich mee en stagneert de energietransitie. Samenwerken en delen van data is één van de oplossingen.
Veilig en pragmatisch
Hoe groot is eigenlijk de kans dat Alliander, en andere netbeheerders, tijdens hun werkzaamheden op ontplofbare oorlogsresten zullen stuiten? Dat risico is niet al te groot, verwacht Hans. “Binnen de bebouwde kom is de grond al zo vaak geroerd, dat de kans dat daar wat wordt aangetroffen erg laag is. Voor de buitengebieden is dat een ander verhaal. We doen ook middenspanningsroutes, die lopen vaak tussen steden en dorpen. Daar treffen we uiteraard wat meer aan, al wil dat natuurlijk niet zeggen dat het fout gaat. Het gaat erom hoe je ermee omgaat.”
Als een locatie verdacht is op het voorkomen van ontplofbare oorlogsresten, dan zijn er meerdere stappen die genomen kunnen worden. Qterra kijkt daarbij goed naar de scope van een project. Jeroen: “We werken pragmatisch en veilig. Dat betekent dat we, rekening houdend met de planning, ervoor kunnen kiezen om bepaalde stappen over te slaan of juist als eerste op te pakken. Is er tijd om vooraf te detecteren of is laagsgewijs ontgraven net de betere keuze. En is de locatie wel geschikt om vooraf te detecteren vanwege begroeiingen of veel puinbijmengingen in de bodem die de metingen verstoren. Wanneer je weet tot welke diepte de grond verdacht is, dus wat de verticale afbakening is, dan kun je er voor kiezen met een gestuurde boring onder zo’n bodemlaag door te gaan. Dat kan om flinke afstanden gaan, dus daar valt flinke winst te behalen.”
Tips en advies
Heeft Jeroen een advies of tips voor gemeenten? “Deel data”, antwoordt Jeroen. “En laat je kaart ook updaten. Want er is inmiddels zoveel meer kennis bij alle adviesbureaus en aannemers. Zo is de horizontale afbakening van gebieden aan verandering onderhevig. Hierdoor zul je als gemeente zien dat de rode gebieden (verdachte gebieden) op je bestaande kaart vele malen kleiner kunnen worden wanneer je de kaart laat actualiseren. Durf die stap dus te nemen. Mijn advies zou ook zijn om je aan te melden bij het Platform Blindgangers, want het is belangrijk dat het Platform Blindgangers er is. Er is enorm veel kennis binnen de gemeenten. Niet alleen bij de grotere maar ook de kleinere gemeenten en deel deze kennis onderling. Klim in de telefoon als je een project hebt en vraag een collega van een andere gemeente om eens mee te lezen. Daar wordt het project alleen maar beter van, en jezelf ook natuurlijk.”
Delen

Hans Janssen, commercieel manager bij Qterra

Jeroen de Rond, omgevingsmanager en specialist Ontplofbare Oorlogsresten bij Qterra