Wat weeg je af in een afwegingskader ontplofbare oorlogsresten?

Het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten ontwikkelt een afwegingskader om gemeenten handvatten te bieden zelf een weloverwogen en transparante beslissing te nemen over het wel of niet opsporen en ruimen van ontplofbare oorlogsresten in het kader van openbare orde en veiligheid. Het ontwikkelen van een afwegingskader is één van de drie kerntaken van het kenniscentrum.

Mario de Wever houdt zich binnen het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten bezig met dit afwegingskader. Wat houdt het afwegingskader in? Waar staan we op dit moment? En hoe ziet de komende periode eruit? Hierover gingen we met Mario in gesprek.

Wie ben je en wat doe je voor het afwegingskader?

‘Mijn naam is Mario de Wever. Ik heb zo’n 18 jaar gewerkt binnen het lokaal bestuur (gemeenten) en heb daar de nodige vlieguren gemaakt met betrekking tot ontplofbare oorlogsresten. Daarna ben ik bij Rijkswaterstaat aan de slag gegaan, waar ik nu een kleine twee jaar werk. Binnen het kenniscentrum ben ik naast adviseur ook projectleider voor het op te stellen afwegingskader ontplofbare oorlogsresten.’

Wat houdt de opdracht voor het maken van het afwegingskader in?

‘Onze opdrachtgever, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, heeft gevraagd een breed gedragen afwegingskader te ontwikkelen voor gemeenten die te maken hebben of krijgen met ontplofbare oorlogsresten. Dit vanwege hun verantwoordelijkheid voor de openbare orde en veiligheid.

Het afwegingskader Ontplofbare Oorlogsresten maakt inzichtelijk welke keuzen gemaakt kunnen worden als het gaat om de omgang met ontplofbare oorlogsresten. Daarnaast biedt het de benodigde achtergrond informatie op grond waarvan een gemeente zelf keuzes kan maken. Het afwegingskader faciliteert hierbij, het blijft immers een autonome bevoegdheid van de gemeenten.

Op wat voor afwegingen gaat het afwegingskader in?

‘Als je je bezighoudt met keuzes in beleidsvorming dan heb je met brede en algemene afwegingen te maken. Maar ook met heel specifieke. Wat bijvoorbeeld te doen met een mogelijke vliegtuigbom op 5 meter diepte in de grond waarop je een huis wil (laten) bouwen?

We denken binnen het afwegingskader bijvoorbeeld aan: kies je voor een “worse case benadering” waarbij je er vanuit gaat dat die vliegtuigbom bij het roeren van de bodem tot detonatie komt. Of kies voor een meer “realistische benadering”? En wat is dan realistisch?

In het ene geval zijn je besluiten er op gericht om elk risico dat kan optreden te voorkomen of beperken, in het andere geval kijk je naar hetgeen zich kan voordoen en pas je je acties daarop aan.

Om die afwegingen überhaupt te kunnen maken is er kennis en informatie nodig. Wat we horen is dat er bij gemeenten behoefte bestaat aan basisinformatie in de zin van; wie is er waarvoor verantwoordelijk? Waar sta ik voor aan de lat? En wat zijn de mogelijke oplossingen? Daarnaast vraagt men om voorbeelden, een toolkit en een stroomschema.’

Hoe zit het met het traject naar een afwegingskader en de tijd die hiermee gemoeid is?

‘Het is nodig om grondig te werk te gaan en betrokkenen aan de voorkant input te laten geven. Al ruim 75 jaar hebben we te maken met het fenomeen ontplofbare oorlogsresten en als maatschappij veranderen wij in de manier waarop er naar gekeken wordt.

Daarnaast kan het een kostenpost zijn voor de één en een verdienmodel voor de ander. Het kan zorgen voor vertraging en een gevoel van onveiligheid. Zie daar als bestuurder maar eens keuzes in te maken. Terwijl het ook nog eens een onderwerp is waar je als gemeente niet dagelijks mee bezig bent.

Sinds de start van het kenniscentrum zijn we dan ook begonnen met de ontwikkeling van het afwegingskader en zijn we nu zo ver dat we verwachten rond de zomer een versie aan te bieden voor consultatie. Gelijktijdig met de ontwikkeling van het afwegingskader zijn we als kenniscentrum aan de slag gegaan met onderzoeksprogramma. Daarin proberen we aanvullende kennis op te doen die gemeenten helpt bij het omgaan met Ontplofbare Oorlogsresten. Die kennis kan input zijn voor het afwegingskader, maar het afwegingskader kan ook inzichtelijk maken welke kennis noodzakelijk is en hierin kan het onderzoeksprogramma voorzien.’

Waar heb je je de afgelopen tijd mee bezig gehouden en wat is de stand van zaken nu?

‘We hebben een projectplan geschreven (wat en hoe) en zijn aan de slag gegaan met het bundelen van alle relevante informatie. Met de betrokkenen van het afwegingskader van het eerste uur zijn 1-op-1 gesprekken gevoerd voorafgaand aan de start van het traject. Daarnaast is informatie opgehaald bij enkele indirecte stakeholders.

Momenteel zijn we in gesprek met (hoofdzakelijk) gemeenten, de EOD, vertegenwoordigers vanuit de branche, de VNG, Belgische collega’s en kennisinstituten. Ik vraag hen naar wat zij verwachten van een afwegingskader, wat ze nodig hebben, en wat zij niet en juist wel willen.’

Wat staat er de komende maanden op de planning?

‘Binnenkort ronden we de gesprekken af en houden we een bestuurlijke bijeenkomst om daar, op basis van de inbreng uit de gesprekken, verdere richting te krijgen van de bestuurders.

Tussentijds koppelen we aan onze opdrachtgever terug wat we opgehaald hebben en schetsen we hoe een afwegingskader er uit kan zien. We bedenken hoe we een werkgroep inrichten om het afwegingskader verder vorm te geven. Uiteraard stemmen we ook af met het onderzoeksprogramma van het kenniscentrum. De resultaten daarvan zijn weer input voor het afwegingskader en andersom.’

Meer informatie over het afwegingskader kun je vinden op de website van het Kenniscentrum Ontplofbare Oorlogsresten met hierop ook een helpdeskfunctie die gemeenten van informatie voorziet over het veilig omgaan met ontplofbare oorlogsresten, bijvoorbeeld bij werkzaamheden in de bodem.